Schilder best wel eenzaam beroep

 

Zijn opleiding betaalde hij grotendeels uit eigen portemonnee door als jonge kunststudent alles aan te pakken. Max de Winter uit Kollum is inmiddels 35 jaar actief als ondernemend kunstenaar vanuit een zelfstandig bedrijf. Vrij als een vogel die de wieken uitslaat als de wind gunstig is en het territorium op eigen kracht bepaalt vanuit een dynamische dadendrang.  Tekst: Jelle Raap

Naam: Max de Winter, geboren op 24 januari 1949 te Bergen op Zoom

Beroep: Kunstenaar.

Wat is uw hoogst genoten vakopleiding?

,,Dat is de Academie voor Beeldende Kunst St. Joost in Breda van 1966 tot 1970”.

Is dat op een al heel jonge leeftijd een eigen keus geweest?

,,Ja, beslist. Zowel mijn vader als grootvader waren fotograaf, maar overname van een fotozaak is nooit mijn ambitie geweest. Ik kon mij ook bij de kunstacademie specialiseren in fotografie, maar daarvoor had je dan weerveel dure spullen nodig. Een studiebeurs, zoals nu was er niet bij”.

Heeft de financiële situatie een vitale rol gespeeld bij het bepalen van de richting?

,,In de keus ben ik helemaal vrij geweest. Ik kon goed tekenen en dan wil je daarmee verder. Je gaat uit van je sterke punten. Om de studie te bekostigen, werkte ik ’s nachts bij Philips, de PTT, Van Gend&Loos of een kartonnagefabriek. Vrijdag- of zaterdagavond op stap gaan, dat kon niet. Met acht uur werken in de nacht had je netto drie gulden per uur op zak. Daarnaast hielp ik nog wel eens een handje mee in de fotozaak van mijn ouders”.

Het artistieke zit dus in de familie?

,,In zekere zin wel. Ik ben vernoemd naar mijn grootvader van moederskant: Max Reijnders. Die was kunstschilder. Met fotografen aan vaderskant is het beeld compleet, maar ik heb altijd een eigen koers gevaren. Vooral het avontuur lokte mij: met volle bak vooruit en ik zie wel waar ik terecht kom. Het eerste jaar bij de opleiding kende trouwens een breed en informatief karakter: keramiek, mode, fotografie, beeldhouwen en schilderen.

U bent zich direct na de academie vrij gaan vestigen?

,,Nee. Als een van de weinigen van de academie werd mij in het laatste studiejaar al een baan aangeboden bij een ontwerpbureau. Meewerken aan commerciële opdrachten werd toentertijd in de kunstwereld als ‘not done’ beschouwd, want je zou dan aan vrijheid inboeten. Ik keek vooral naar de financiële aspecten en  naar de extra mogelijkheden die je voor jezelf creëert. De eerste negen maanden werkte ik bij een bedrijf in Hilversum en daarna voor bedrijven in onder meer Amsterdam. Vooral in Amsterdam kon je contacten leggen in kunstenaarskringen, want daar wonen talrijke schrijvers, schilders en musici. Het was ‘the place to be’. Ik had me toen ook ergens op het platteland kunnen vestigen, maar probeer dan maar eens klanten te werven? Amsterdam, netwerken, contacten zoeken, naam maken en pas daarna kan de vestiging in de provincie in beeld komen”.

Hebt u achteraf spijt gehad van deze door commercie ingegeven keus?

,,Je kon in die tijd als kunstenaar ook deelnemen aan de BKR-regeling. In ruil voor een minimale uitkering vanuit de overheid moest je verplicht een aantal producties inleveren. Contra-prestatie. Dan zit je aan een draadje en dat is nog erger dan een keurslijf. Nee, spijt heb ik nooit gekend. Bij een ontwerpstudio ben je wel anders bezig: resultaatgericht. Reclame is eigenlijk een exacte wetenschap. Je werkt, in teamverband, samen naar een eindproduct toe. Mijn bijdrage bestond uit illustraties maken voor bv Engelse drop, voor Douwe Egberts of Philips. Mijn sterke punt is vooral dat ik de intenties van een persoon of bedrijf goed kan visualiseren. Uiteindelijk komt het ook in de productensfeer aan op beeldvorming en op beleving. Daarnaast leer je, vanuit een team, dat bijvoorbeeld een promotiecampagne tot in de finesses opzet, in groepsverband te werken. Natuurlijk doe jij binnen het teamverband je eigen ding, maar al met al zijn de eerste werkkringen in loondienst heel boeiend en heel leerzaam geweest”.

Wanneer besloot u zich alsnog vrij te vestigen?

,,Op m’n 28ste ben ik zelfstandig ondernemer geworden”.

Wat gaf voor u de doorslag voor dit besluit?

,Dat is een kwestie van groei. Je leert vanuit je baan de markt kennen en daardoor je mogelijkheden. Als freelancer werk je vanuit eigen voorwaarden. Je kunt je dus beter positioneren en je hebt meer vrijheden. In loondienst werkte ik vanaf negen uur tot vijf uur of vaak nog later. Het zelf indelen van je werktijden is een van de grote voordelen van het vrije ondernemerschap. Uiteindelijk kent kwaliteit geen tijd. Als freelancer kun je werken op tijden waarvan je weet dat je maximaal presteert. Dat kan voor mij best es een hele avond of een halve nacht zijn”.

Is er sprake geweest van een verantwoorde stap?

,,Ja zeker. Je hebt de contacten al en de klanten kennen je aanpak. Je weet ook uit praktijkervaring wat het betekent om resultaatgericht te werken. Als je het goed wilt doen, ben je als kunstenaar ook ondernemer”.

Wat ziet u als dé overeenkomst of rode draad tussen het werken in loondienstverband en als freelancer?

,,Wat blijft, is dat er altijd iemand meekijkt: een particulier of een bedrijf als opdrachtgever. Dat is niet veranderd. Er is dus altijd iemand die beoordeelt of je werk aan zijn of haar criteria voldoet”.

Waarin schuilt dan de artistieke vrijheid?

,,Ik bepaal zelf wat ik maak. Ik volg bv geen modetrends. Als kunstenaar loop je vast als je je te veel door dit soort zaken laat leiden. Je krijgt beelden opgedrongen die niet bij je passen”.

Wat doet u als iemand een van uw schilderijen afkeurt?

,,Ik heb het liefst dat iemand zegt: dit is het of dit is helemaal niks. Vanuit dat gevoel weet je of je wel of niet de juiste snaar hebt geraakt. Het beste compliment dat je als kunstenaar kunt krijgen is dat iemand direct op het eerste gevoel zegt een bepaald werk van je te willen kopen. Je weet dan dat de emotie puur is en daar hecht ik aan. Kunst verkopen is uiteindelijk een kwestie van de juiste man of vrouw treffen op het juiste moment bij het juiste werk. De click moet er zijn”.

Hoe zou u het eigen werk willen typeren?

,,Ik typeer mijn werk als figuratief met een vaag abstracte inslag. Er moet ruimte zijn voor het botvieren van je fantasie. Het zien van een schilderij is een beleving. Het beeld moet prikkelen en je emotioneel raken. Het mag geen decorstuk of behang worden, want dan haak ik af”.

U geeft daarmee ook aan dat puur realisme en dus het fotografisch weergeven van iets niet uw voorkeur geniet?

,,Er blijft een groot verschil: of je maakt een foto of je maakt een schilderij. Als ik al iets vanuit de buitenwereld weergeef, dan is het mijn bloem of mijn koe of mijn auto met eventueel zes in plaats van vier wielen”.

Werkt u dagelijks volgens een vast patroon aan de opdrachten?

,,Nee. Dat doe ik nooit. Een werkdag kan beginnen met het stofzuigen van het atelier of het raadplegen van websites of met plak- en knipwerk of met het afwerken van een schilderij door er bijvoorbeeld iets meer licht in te brengen. Elke dag is anders. Soms ga ik ’s avonds rond tienen nog even naar mijn atelier om tot middernacht nog wat te ploeteren”.

Dat betekent dus dat u, hoewel vrij ondernemer, aldoor bezig blijft?

,,Ja, maar ik heb daar geen moeite mee. In m’n hoofd ben ik altijd bezig. Of er ligt een notitie- of schetsboekje naast de televisie of naast het bed. Invallen of ingevingen noteer ik. Dat laat zich niet sturen”.

Waardoor laat u zich vooral inspireren?

,,Dat kan alles zijn: een televisiebeeld of een gedachte. Feitelijk heb ik geen inspiratie nodig, want ik start gewoon met een leeg doek en zie wel wat er gebeurt”.

Hoe gaat u te werk bij het opzetten van een schilderij?

,,Ik zet vaak op in acryl, want dat droogt snel. Voor een opzet in olieverf ben ik te ongeduldig. Vervolgens werk je in lagen. Soms ontdek je na dagen dat b.v. een bepaalde kleur voller moet of een gedeelte nog niet bevalt. Dan zit je in de laatste fase. Een schilderij gaat pas van boven, vanuit mijn atelier, naar beneden als ik er helemaal tevreden over ben. Ik werk bij voorkeur dan ook zo ongestoord mogelijk. Wat dat betreft, is het best wel een eenzaam beroep”.

U komt ermee aan de kost?

,,Ik verkoop via het KunstLokaal hier in Kollum en via Internet. Galeries in binnen- en buitenland hebben werken van mij in consignatie en via verhuur worden schilderijen uitgeleend aan particulieren en bedrijven. Ik ben lekker bezig, echter het ultieme schilderij moet ik altijd nog maken. Ik ben er dus nog niet klaar mee”.