Tekst:                 Andreas Schelfhout







Max de Winter, gedreven als een dichter


Veenklooster –   In de voorjaarsexpositie van Galerie Noordvleugel in Veenklooster wordt van de tien vaste exposanten de komende maanden Max de Winter in de spotlights geplaatst. De Winter, die in Kollum - om de hoek als het ware -

in de Voorstraat samen met echtgenote Louise een eigen galerie annex atelier heeft, geniet internationale bekendheid. Zijn werk is in vele galeries en kunsthandels in Nederland én Europa te vinden.


Galeriehoudster Mineke Bosma: “Tussen onze realistische fijnschilders en impressionisten is Max opvallend anders, een vreemde eend in de bijt. Maar we zijn dolblij dat we hem hebben en zijn boeiende werk in onze collectie mogen tonen.”


Max de Winter: “Ik wil geen decorativiteit. Kunst moet betekenis hebben. Je ziet te vaak decoraties die niks met kunst van doen hebben. Kunst is mooi, maar het is hard werken. Vooral als niet alleen de vraag naar je werk groeit, maar je ook voortdurend op zoek bent naar nieuwe vormen, naar een nieuw palet om daarmee wat je te zeggen hebt, wat je vertellen wilt, zo precies en helder mogelijk tot uitdrukking te brengen. Zoals ook een dichter voortdurend op zoek is naar de ultieme manier om zijn kijk op en zijn gevoelens, zijn emoties over de dingen des levens over te dragen.”


Warm licht

Laat De Winter in veel gevallen nog mensen in zijn werk toe, langzaam verschuift zijn aandacht naar de leegte van het landschap, een leegte die hij vult met mysterieus, warm licht waardoor het geschilderde landschap voor de toeschouwer langzaam maar zeker toegankelijk wordt, zich tenslotte aan hem overgeeft, hem deelgenoot maakt en hij de zwerftocht naar een onbekende verte kan beginnen.

Zijn doel is echter het werken naar absolute voorstellingsloosheid.


Max de Winter vertelt (in staccato):

“Ik maak schilderijen, waar vaak veel en soms weinig op te zien is. Je ziet erin wat je denkt erin te moeten zien. De kijker bepaald.

Het lijkt allemaal eenvoudig van kleur, maar er zitten vaak wel 4 of 5 voorstellingen onder, wat de doorleefdheid ten goede komt.

Het werken naar een vorm van abstractie is een worsteling met de zichtbare werkelijkheid.

“Veel figuren. Een drukte van belang. Een drukte die ik zelf nooit zou opzoeken.

“Als tegenhanger van al die drukte schilder ik onbekende dorpen, slordige beelden van verlaten landschappen: geen mens te zien.”


Aldus moet de kijker tussen de mensenmassa’s en in die landschappen zelf maar zijn weg zien te vinden, een obsederende, intrigerende bezigheid, dat dringen tussen mensenmassa’s of zo’n zwerftocht door lege dorpen, totaal verlaten landschappen, kale vlakten en lege dorpen.


Auteur van oa:

Aap, Noot, Mies

Vlucht KL332

De zomer van 1962

Zwart paard